Acht keer is scheepsracht

Acht keer is scheepsracht

Ik wacht dag en nacht
op het station waar ik je zag
Wat ons samenbracht
was mijn blik op jouw eerste lach
Ik zei gedag en dacht
dat dat de missie volbracht
Hetgeen waar mijn aandacht
naartoe werd gebracht
waren jouw rode lippen, o zo zacht

De manier waarop je lacht
opende voor mij de jacht
Ik heb even gewacht en nagedacht
en zei dat je vast nooit een nacht
aan de Oude Gracht had doorgebracht
Je antwoordde anders dan verwacht
Je zei dat je ongeacht mijn vraag
al mijn argumenten had ontkracht
Ik stond vol onmacht

Die nacht zag ik je weer
Zo ging dat zeven keer
Ik heb dus gewacht op poging acht
en had daarvoor iets nieuws bedacht

Het is een regenachtige dag
De maan beschijnt het station in al zijn pracht
De wind waait zacht
Ineens sta je voor me, onverwachts
Ik pak je handen, kijk in je ogen
als van smaragd en zeg:

‘Ik heb nog eens nagedacht
Ik verwacht niet dat je vannacht
ineens verliefd in mijn armen valt
Ik wil alleen je aandacht, en ik zweer
dat ik tracht uit alle macht
mezelf niet verdacht te maken
Ik heb hier dag en nacht gewacht
dus ik vraag je, ongeacht dat je 
alle argumenten al eens hebt ontkracht
Wil je met me uit, daar, bij die Oude Gracht?’

Je glimlacht
en ik denk:
acht keer is scheepsracht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *