Boekenweek zonder geschenk

Boekenweek zonder geschenk

Afgelopen zaterdag (10 maart) is de boekenweek van start gegaan, met het jaarlijkse grote boekenbal op vrijdagavond. Bij elke boekenweek hoort uiteraard een boekenweekgeschenk. In het verleden zijn deze geschenken geschreven door schrijvers als Esther Gerritsen, Tom Lanoye, Bernlef, Arthur Japin en Harry Mulisch. Dit jaar was het de beurt aan Griet op de Beeck.

Griet op de Beeck

Op de Beeck debuteerde in 2013 met Vele hemels boven de zevende, dat goed is ontvangen en ook is genomineerd voor de Ako Literatuurprijs. Een jaar later kwam ze met Kom hier dat ik u kus, waarvan meer dan 200.000 exemplaren verkocht zijn. In september 2017 verscheen Het beste wat we hebben, gevolgd door veel controversie over het interview over Op de Beecks bewering dat zij werd misbruikt door haar vader. Zeven maanden later kwam haar boekenweekgeschenk uit: Gezien de feiten.

Boekenweek zonder geschenk

Boekenweek: Gezien de feiten
Gezien de feiten

Hoet boek is niet goed ontvangen. Zo kreeg het werk maar één ster van de Volkskrant en twee sterren van andere grote kranten. Voor een schrijfster wiens voorgaande werk zó goed is ontvangen is het zeker ondermaats. Het geschenk had zomaar door een hobbyschrijfster geschreven kunnen zijn. De manier van schrijven is té simplistisch, té oppervlakkig.

Zo gebruikt ze het portret van haar overleden man als spreekbuis voor de schuld die zij voelt. Is dit niet cliché? Ook de positie van de dochter van de hoofdpersoon heb ik overal al eerder gelezen. De dochter is bezorgd dat haar moeder vertrekt naar een gevaarlijk gebied, dat is begrijpelijk, maar de manier waarop het geschreven wordt is te simpel, te duidelijk. Griet laat het haar bijvoorbeeld hardop zeggen, terwijl dit helemaal niet nodig is.

In het schrijven bestaat er een regel dat het publiek niet moet worden onderschat. In dit geschenk lijkt het echter alsof zij het heeft geschreven voor de basisschool. Ze laat de slechte situatie in het buitenland zien door het geweld en de herhaling van de kindsoldaten. De hoofdpersoon moet deze kinderen lesgeven en loopt tegen agressieve kinderen aan, maar laat ook met enige tederheid de kinderlijke kant zien. Ze had het subtieler mogen brengen en de lezer zelf mogen laten nadenken.

Al met al is het geen goed boekenweekgeschenk en mag er gehoopt worden op betere jaren. Tijdens het lezen heb ik me geërgerd, dus of ik dit nu een ‘geschenk’ mag noemen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *