Niet de heilige, maar een gouden graal – De Da Vinci Code recensie

Niet de heilige, maar een gouden graal – De Da Vinci Code recensie

In De Da Vinci Code laat Dan Brown je een wereld zien vol symboliek, geschiedenis, religie en mysterie. Robert Langdon, de hoofdpersoon van het verhaal, wordt uit zijn bed gebeld, om samen met Sophie Neveu cryptische codes op te lossen, die zijn gevonden rond het lichaam van de curator van het Louvre. Puzzel na puzzel maakt de lezer niet alleen kennis met symbolen en kunst, maar ook met de minder bekende aspecten van het christendom. Het feit dat de in het verhaal voorbijkomende rituelen, kunstwerken en symbolen accuraat zijn, maakt het lezen van dit boek een uiterst spannende geschiedenisles.

De taal

De Da Vinci Code is het vierde boek van Dan Brown. Het is het tweede deel van de serie waarin het draait om Robert Langdon. Voordat Brown fulltime schrijver werd, doceerde hij Engels. Dat hij nog geen doorgewinterde schrijver was op het moment van De Da Vinci Code blijkt wel uit het taalgebruik. Over het algemeen is het strak; hij probeert de lezer niet te vleien met lange zinnen en beschrijvingen. Hier en daar zit eens een bijvoeglijk naamwoord verstopt, of een mooie beschrijving, maar je komt het niet vaak tegen. Of dit als prettig of onprettig wordt ervaren, komt echter neer op persoonlijke voorkeur.

De spanning

Zijn affiniteit met boeken is wel goed te merken; in het boek wordt de spanning goed opgebouwd. Veel van de hoofdstukken eindigen met een cliffhanger, waardoor je alsmaar door blijft lezen. Het boek omvat maar enkele dagen en toch weet hij er 450 pagina’s mee vol te schrijven. Dat is knap, vooral als je ziet dat er bijna geen één pagina is waarin het verhaal stilvalt of dat je langzaam wegdommelt. In elke alinea blijft de spanning behouden, of blijft de lezer op z’n minst geïnteresseerd door een geschiedenisles. Constant worden er onbeantwoorde vragen opgeroepen die door het hoofd van de lezer blijven spoken. De hoofdpersonen worden in levensbedreigende situaties gezet en de lezer wordt uitgedaagd tot het oplossen van de codes.

De personages

Ook het verhaal van Silas, de albino, is een terugkerende verhaallijn in het boek. Silas is onderdeel van een sekte, de Opus Dei, en heeft van een mysterieuze opdrachtgever de taak gekregen een duister geheim te achterhalen. De lezer volgt Silas in zijn zelfmishandeling en de mentale marteling door de Opus Dei. Dat de Opus Dei en de Priori van Sion (een geheime genootschap) echt hebben bestaan brengt een extra laag toe aan het verhaal en zorgt ervoor dat het buiten spannend, ook nog eens leerzaam is.

Aan het verleden van Silas wordt voldoende aandacht besteed. Het is één personage van de vele in de vertelling. Op hun beurt hebben ze allemaal een rijk verleden, waardoor het verhaal extra diepte krijgt. Je leert ze kennen, je kunt bijna raden wat ze gaan zeggen en je voelt met ze mee. Er is geen enkel personage dat niet overkomt als mens, iedereen heeft zijn eigen doelen en motieven.

De gouden graal

Al met al is het een uitzonderlijk spannend en informatief boek en het is juist deze combinatie die het boek een bestseller heeft gemaakt. Voor iedereen met interesse in thrillers, kunst, symbolisme en het christendom is het zeker een boek om te lezen. Het boek is misschien niet de heilige, maar wel een mooie, gouden graal.

Benieuwd naar het boek? Bestel hem hier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *