De ondergang van de literatuur

De ondergang van de literatuur

Bijna iedereen heeft weleens een boek gelezen. Voor de een was dit hoogstaande literatuur, voor de ander was het een voelboekje, samen met mams, net voor het slapengaan. Literatuur leeft, soms misschien niet altijd op de voorgrond, maar het leeft. Het vertolkt de maatschappij, maar heeft ook direct invloed op de maatschappij. Verhalen kunnen soms zelfs leiden tot wetten. In 1863 verscheen het verhaal ‘Fabriekskinderen’ van J.J. Cremer. Negen jaar later kwam het ‘Kinderwetje’. Het lijkt alsof de literatuur vroeger veel meer op de voorgrond trad dan nu. Wat is er aan de hand? Wat veroorzaakt deze ondergang van de literatuur?

De leeslijst

De meesten van u zullen hem wel kennen: de leeslijst. Het is een door de meeste leerlingen gevreesde lijst met titels, die door de jaren heen wordt opgebouwd, waarna ze een mondeling over deze boeken krijgen. Het bestaat uit klassiekers van de Nederlandse literatuur, zoals De avonden, De aanslag, Nooit meer slapen en andere titels uit de canon. Hier en daar worden ook nog andere titels geaccepteerd, zoals Het diner van Herman Koch, al zou dit eigenlijk niet tot de literatuur mogen behoren.

In het laatste jaar krijgen de leerlingen een mondelinge toets over de gelezen boeken. In mijn geval waren dit er vijftien, waarvan er vijf van tevoren bepaald waren of binnen een bepaalde categorie moesten vallen. Deze lijst heb ik in drie jaar opgebouwd, er moesten dus vijf boeken per jaar worden gelezen. Voor veel leerlingen is dit een hoog aantal en voelt het als een vervelende verplichting.

De verplichting

Leerlingen op de middelbare school zitten gemiddeld zeven uur per dag op school. Ze moeten rekening houden met ongeveer acht verschillende vakken, waarvoor ze elke dag huiswerk moeten maken en af en toe ook voor een toets moeten leren. Hoe hoog staat ‘lezen’ dan op de prioriteitenlijst, als je er toch pas over een paar jaar een toets over krijgt? Mijn ervaring is dat het ergens onderaan staat. Met praktische opdrachten en toetsen in de agenda, zal het lezen van boeken nutteloos klinken in de hoofden van de scholieren.

Voor de leerlingen is het de zoveelste verplichting waarvan ze verlost zullen zijn na de middelbare. Dit heeft als gevolg dat de leerlingen de boeken niet lezen en proberen hun mondeling te halen met uittreksels en samenvattingen van het internet. Meestal lukt dit ook nog en gaan ze met een mooie voldoende de examens in.

Door de boeken niet te lezen, hebben ze ook niet de mogelijkheid interesse te krijgen in de literatuur. Door de leeslijst als vieze spruitjes aan de leerlingen voor te schotelen, zullen ze na de middelbare blij zijn als ze nooit meer een boek aan hoeven te raken.

De markt

De boekenmarkt wordt gedomineerd door thrillers en romans die simpel weglezen. Denk hierbij aan boeken van Herman Koch, Suzanne Vermeer, Saskia Noort en Simone van der Vlugt. Veel van de auteurs waarvan u de namen zult kennen, horen bij deze categorie. Het zijn boeken die gemaakt zijn om te verkopen, met simpele verhaallijnen en weinig inhoud. De term ‘literaire thriller’ is door uitgevers in de wereld geholpen als verkoopmiddel; de boeken zijn niet literair.

Af en toe komt er een boek uit dat wél literair is én een bestseller wordt. Wees onzichtbaar (Murat Isik), Het smelt (Lize Spit) en Birk (Jaap Robben) zijn hiervan voorbeelden. Het komt echter maar weinig voor dat literaire werken in deze tijd op nummer één komen te staan. Het zegt wat over het leesgedrag van het publiek, maar ook over de uitgevers. Zij brengen minder literatuur op de markt, omdat dit nu eenmaal minder oplevert. Moet de literatuur dan ten koste gaan geld?

De literatuur

Namen als Maartje Wortel, Bregje Hofstede, Hafid Bouazza en Nina Weijers komen u wellicht minder bekend voor. Dit is begrijpelijk. In de periode na de tweede wereldoorlog waren er binnen de literaire kringen verschillende groeperingen die zich langzaam begonnen af te sluiten van de massa, zij begonnen hun eigen kleine kunsten. Literatuur als kunst die niemand simpel kon doorgronden. Geleidelijk verdween dan ook het publiek voor deze literatuur. De mensen werden er niets wijzer van, konden er niets mee en vonden het dus niet waard om het te lezen. Misschien dat literaire werken van deze tijd nog in de nasleep van deze ontwikkeling zitten.

In recente jaren komt er echter een nieuwe beweging opzetten. Maxim Februari is een van de auteurs die de beweging van engagement in gang heeft gezet. Ze wil dat de literaire schrijver weer op de voorgrond treedt en duidelijk opinies naar buiten brengt. Ze wil dat de schrijvers zich in hun werk weer gaan bemoeien met de maatschappij, om zo de lezers en schrijvers weer naar elkaar toe te brengen.

FabriekskinderenZo was het ook in 1863, toen het verhaal Fabriekskinderen uitkwam. J.J. Cremer schreef over de arbeid die kleine kinderen moesten verrichten in fabrieken. Aan het eind sloot hij af met een oproep aan de koning. Het was in die tijd dus een realistisch verhaal dat een probleem in de maatschappij beschreef. Negen jaar later kwam het kinderwetje, dat kinderen onder twaalf jaar verbood te werken. Misschien, als de literatuur weer langzaam deze kant opgaat, dat het dan meer gelezen zal worden.

De ondergang van de literatuur

Literatuur heeft veel moois te bieden. Het stelt vragen (en beantwoord ze soms) over filosofische onderwerpen, het is ontroerend, het is leerzaam en kan tot inzichten leiden die je nooit aan hebt kunnen zien komen.

Het zou zonde zijn als de literatuur verdwijnt, maar als de markt, de literatuur en het publiek niet snel veranderen kan een ondergang van de literatuur niet uitgesloten worden. Als leerlingen op de basisschool en middelbare school op een andere manier gestimuleerd worden om boeken te lezen, dat zij dan daadwerkelijk geïnteresseerd raken in literatuur.

Misschien dat een ondergang van de literatuur dan nog vermeden kan worden…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *