‘Show, don’t tell’ – wat is het precies?

‘Show, don’t tell’ – wat is het precies?

Veel mensen die schrijven (al doen ze het als hobby, voor hun werk, of als studie) hebben gehoord van de volgende regel: ‘show, don’t tell’. Het is een regel die vaak wordt herhaald, maar juist niet zo vaak wordt begrepen. Op het schrijfforum www.schrijvenonline.org worden veel stukjes geschreven, waarop wordt gereageerd dat ze meer moeten letten op het laten zien, in plaats van het vertellen, zonder erbij uit te leggen wat ze ermee bedoelen. Wat is ‘show, don’t tell’ precies?

Show, don’t tell

Eigenlijk is het heel simpel. In het vertellen van een verhaal speelt de suggestie een grote rol. De lezer wil niet alles voorgekauwd krijgen, ze kopen en lezen een boek om hun hersenen te gebruiken. Ze willen niet van de schrijver te horen krijgen dat het personages boos is, of dat hij wraak neemt, of dat hij huilt; ze willen het zien. De schrijver heeft de taak om de suggestie te wekken dat het personage zich verdrietig, boos of juist blij voelt. Probeer het te laten zien, zonder het te vertellen.

Soms hoor ik dat schrijvers bang zijn dat de lezers de beschrijvingen niet zullen begrijpen, maar de lezer is slim genoeg. Als de schrijver slim genoeg is om een subtiele suggestie te vinden, dan is de lezer slim genoeg om hem op te pakken en een beeld te schetsen.

Voorbeelden

In woorden is ‘show, don’t tell’ lastiger uit te leggen dan met voorbeelden. Hieronder volgen enkele simpele, vaak gebruikte voorbeelden van de regel.

Vertellen: ‘Hij huilt.’
Laten zien: ‘Zijn ogen worden wazig, een traan rolt over zijn wang.’

Vertellen: ‘Hij was boos.’
Laten zien: ‘Hij balde zijn vuisten, zijn gezicht liep rood aan.’

Vertellen: ‘Hij was verliefd.’
Laten zien: ‘Hij begon te blozen toen ze hem aanraakte. De woorden struikelden over zijn lippen.’

Zoals ik al zei zijn dit simpele voorbeelden, die veel worden gebruikt. Neem ze niet klakkeloos over. Verzin zelf originele manieren om te laten zien in plaats van te vertellen. Zorg dat je je personage goed kent en weet wat hij doet wanneer hij een bepaalde emotie voelt. Probeer door het beschrijven van je personage zijn innerlijk weer te geven.

Zoek de verschillen

Tot slot geef ik twee korte passages. Welke vind jij beter? Probeer uit te vinden wat de ene passage beter maakt dan de ander en pas dit toe op je eigen werk.

Versie 1

‘Ik voelde het gras in mijn keel en mijn borsten gebruikte ik als kussen. De zon was heet en maakte me moe. Toen ik langzaam in slaap viel droomde ik over ons. Tim, met zijn korte, blonde stekels voorop, vol zelfvertrouwen. Rosa volgde Tim op de voet. Zij was verliefd op hem, dat zag je zo. De derde was Rob, hij was altijd stil. Hij schopte vaak zand de lucht in. Hij had niet door dat het zo in mijn gezicht belandde, maar ik vond hem te leuk om er iets van te zeggen.’

Versie 2

‘Het gras prikte in mijn keel en mijn borsten functioneerden als kussen. De zon was gloeiend heet en leek de energie uit mijn lichaam te zuigen. Toen ik langzaam wegdoezelde leek het alsof ik ons zag aan komen lopen. Tim, met zijn korte, blonde stekels voorop, zijn kin omhoog en schouders net iets te breed. Rosa volgde Tim op de voet. Soms was het alsof die twee aan elkaar vastkleefden. De derde was Rob, zijn ogen gericht naar de grond. Vaak schopte hij het zand de lucht in. Hij had niet door dat het zo in mijn gezicht belandde, maar ik zei er nooit iets van.’

Vragen? Laat ze in de reacties achter!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *